www.vanwulfen.com

Victor van Wulfen

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Zie voor de klachten die thans in behandeling zijn bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam de pagina Lopende Trajecten.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 1 van 3

Mijn eerste van drie klachten bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven van augustus 2018 diende op maandag 25 maart en op woensdag 2 oktober 2019 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven in een openbare terechtzitting. De zitting van 25 maart was vanwege grote belangstelling verplaatst van Eindhoven naar de rechtbank in ‘s-Hertogenbosch.

Het Tuchtcollege heeft op 4 november 2019 uitspraak gedaan. Klachtonderdeel 1 en 3, vervalsing van mijn medisch dossier en het door de arts niet afleggen van verantwoording, zijn gegrond verklaard. Het Tuchtcollege heeft een persbericht gepubliceerd. De volledige uitspraak is hier te lezen.

Er is door de berispte arts hoger beroep ingesteld. Daarop heb een incidenteel beroep ingesteld. Mijn verweer in hoger beroep is door het Tuchtcollege ontvangen.

Tijdens de zitting op 25 maart is toenmalig plaatsvervangend commandant Luchtstrijdkrachten (P-CLSK) Mario V. onder ede gehoord. Wat de heer V. verklaarde was niet de waarheid. Tijdens de zitting op 2 oktober is voormalig commandant van 336 squadron op vliegbasis Eindhoven, Edwin S. onder ede gehoord. Wat de heer S. verklaarde was niet de waarheid.

De getuige die is gehoord tijdens de zitting van 25 maart 2019 plaatst inmiddels foto’s op Twitter van zichzelf samen met de berispte arts. Dat is de manier waarop Defensie de daderbescherming uitdraagt die nodig is om de verstikkende angstcultuur te voeden waarmee de militaire en ambtelijke top zichzelf handhaaft. Met likes en retweets worden Defensiemedewerkers en anderen in staat gesteld om zich loyaal te betuigen aan dit systeem.

Het standpunt van Defensie

Klik hier om mijn pleitnota van de zitting van 25 maart te lezen. Klik hier om mijn slotpleidooi van de zitting van 2 oktober te lezen.

Ter inbreng heb ik direct bij de staatssecretaris van Defensie relevante documenten opgevraagd met deze brief. De staatssecretaris reageerde in een brief van 11 maart. Met het achterhouden van informatie voor mij en voor het Tuchtcollege heeft de staatssecretaris van Defensie persoonlijk en bewust een lopende juridische procedure beïnvloed.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 2 van 3

Op maandag 7 oktober 2019 heb ik een klacht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. De klacht is op 4 februari 2020 behandeld in een openbare terechtzitting. De arts werd bijgestaan door de landsadvcoaat. Ter zitting is de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Defensie gehoord als getuige. Het Tuchtcollege heeft op 9 maart 2020 uitspraak gedaan.

De uitspraak van het Tuchtcollege is conform mijn verwachting. Mijn klacht is op meerdere punten gegrond verklaard, waaronder het toevoegen van valse informatie aan mijn medisch dossier en schending van het beroepsgeheim. De arts is heeft zich ter zitting transparant en toetsbaar opgesteld en is daarom geen maatregel opgelegd door het Tuchtcollege.

Zoals ik eerder op deze pagina verklaarde: Ik verwacht dat het Tuchtcollege mijn klacht gegrond verklaard. Daarbij vind ik het niet belangrijk of het Tuchtcollege daar een maatregel aan verbindt. Het Tuchtcollege kan een klacht gegrond verklaren zonder oplegging van maatregel, of met hooguit een waarschuwing. Het is mij volkomen duidelijk hoe de betreffende arts door Defensie voor het karretje is gespannen.

In de overwegingen die hebben geleid tot de uitspraak heeft het Tuchtcollege in paragraaf 5.24 ten onrechte geconcludeerd dat de personen die waren geadresseerd in de betreffende e-mail, zoals de arts die verzond en waarmee het beroepsgeheim is geschonden, geen deel uitmaakten van de bestuursstaf van het ministerie van Defensie. Voor zeker 2 van de 7 personen is dat echter wel het geval. Het Tuchtcollege spreekt zichzelf dan ook tegen, gelet op wat er in paragraaf 2.9 van de uitspraak wordt gesteld. Deze conclusie heeft geleid tot het deels ongegrond verklaren van een klachtpunt. Tegen het (deels) ongegrond verklaren van dat klachtpunt zal ik, gelet op het bovenstaande, dan ook hoger beroep instellen.