www.vanwulfen.com

Victor van Wulfen

Lopende trajecten

update: 12 maart 2020

Thans lopen er diverse trajecten. Zodra dat kan zal ik daar op deze pagina meer informatie over delen.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

2 van 3

Op maandag 7 oktober 2019 heb ik een klacht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. De klacht is op 4 februari 2020 behandeld in een openbare terechtzitting. De arts werd bijgestaan door de landsadvcoaat. Ter zitting is de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Defensie gehoord als getuige. Het Tuchtcollege heeft op 9 maart 2020 uitspraak gedaan.

De uitspraak van het Tuchtcollege is conform mijn verwachting. Mijn klacht is op meerdere punten gegrond verklaard, waaronder het toevoegen van valse informatie aan mijn medisch dossier en schending van het beroepsgeheim. De arts is heeft zich ter zitting transparant en toetsbaar opgesteld en is daarom geen maatregel opgelegd door het Tuchtcollege.

Zoals ik eerder op deze pagina verklaarde: Ik verwacht dat het Tuchtcollege mijn klacht gegrond verklaard. Daarbij vind ik het niet belangrijk of het Tuchtcollege daar een maatregel aan verbindt. Het Tuchtcollege kan een klacht gegrond verklaren zonder oplegging van maatregel, of met hooguit een waarschuwing. Het is mij volkomen duidelijk hoe de betreffende arts door Defensie voor het karretje is gespannen.

In de overwegingen die hebben geleid tot de uitspraak heeft het Tuchtcollege in paragraaf 5.24 ten onrechte geconcludeerd dat de personen die waren geadresseerd in de betreffende e-mail, zoals de arts die verzond en waarmee het beroepsgeheim is geschonden, geen deel uitmaakten van de bestuursstaf van het ministerie van Defensie. Voor zeker 2 van de 7 personen is dat echter wel het geval. Defensie zal zich dat ook realiseren en Defensie weet ook dat ik de betreffende e-mail in handen heb. Het Tuchtcollege spreekt zichzelf dan ook tegen, gelet op wat er in paragraaf 2.9 van de uitspraak wordt gesteld. Deze conclusie heeft geleid tot het deels ongegrond verklaren van een klachtpunt. Tegen het (deels) ongegrond verklaren van dat klachtpunt zal ik, gelet op het bovenstaande, dan ook hoger beroep instellen.

3 van 3

Op donderdag 10 oktober 2019 heb ik een derde tuchtklacht tegen een derde arts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. De klacht wordt thans beoordeeld door het Tuchtcollege.

1 van 3

Mijn eerste van drie klachten bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven van augustus 2018 diende op maandag 25 maart en op woensdag 2 oktober 2019 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven in een openbare terechtzitting. De zitting van 25 maart was vanwege grote belangstelling verplaatst van Eindhoven naar de rechtbank in ‘s-Hertogenbosch. Ter zitting op 25 maart is de toenmalig plaatsvervangend commandant Luchtstrijdkrachten gehoord als getuige. Ter zitting op 2 oktober is de voormalig commandant van 336 squadron gehoord als getuige.

Het Tuchtcollege heeft op 4 november 2019 uitspraak gedaan. Klachtonderdeel 1 en 3, vervalsing van mijn medisch dossier en het door de arts niet afleggen van verantwoording, zijn gegrond verklaard. De maatregel is een berisping. Het Tuchtcollege heeft een persbericht gepubliceerd. De volledige uitspraak is hier te lezen.

Er is door de berispte arts hoger beroep ingesteld. Daarop heb een incidenteel beroep ingesteld. Mijn verweer in hoger beroep is door het Tuchtcollege ontvangen.

De getuige die is gehoord tijdens de zitting van 25 maart 2019 plaatst inmiddels foto’s op Twitter van zichzelf samen met de berispte arts. Dat is de manier waarop Defensie de daderbescherming uitdraagt die nodig is om de verstikkende angstcultuur te voeden waarmee de militaire en ambtelijke top zichzelf handhaaft. Met likes en retweets worden Defensiemedewerkers en anderen in staat gesteld om zich loyaal te betuigen aan dit systeem.

Het standpunt van Defensie

Tijdens het Defensie begrotingsdebat op 7 november 2019 heeft de staatssecretaris van Defensie Barbara Visser verklaard dat Defensie “geen partij is”. Vanzelfsprekend is Defensie wel partij. De bewering van de staatssecretaris maakt het des te opmerkelijker dat Defensie nu de landsadvocaat inzet.


Aangiften

Op woensdag 18 december 2019 en op donderdag 9 januari 2020 heb ik aangifte gedaan bij de Koninklijke Marechaussee: artikel 207, 225, 228, 229, 261, 262, 266 en 270 van het Wetboek van Strafrecht.

Voor de feiten waarvan ik aangifte heb gedaan geldt, met uitzondering van Artikel 207 Wetboek van Strafrecht (meineed), dat toen ik het als medewerker van Defensie aankaartte bij mijn leidinggevenden en bij de ambtelijke top, het steevast vergaande rechtspositionele consequenties voor mij had.

Op maandag 2 maart 2020 heb ik aanvullende informatie verstuurd aan de Marechaussee. Ik heb daarop (nog) geen reactie ontvangen, zelfs geen ontvangsbevestiging.


De staatssecretaris van Defensie

Op 14 december 2019 heb ik per brief vragen gesteld aan de staatssecretaris van Defensie over de beantwoording van de Kamervragen van 8 november jl. Ik heb de documenten opgevraagd waarvan de staatssecretaris van Defensie in de beantwoording van de Kamervragen het bestaan beweert.

Eerder, op 30 september 2019 heb ik aan de staatssecretaris van Defensie een brief met vragen gestuurd. Ik heb de staatssecretaris verzocht om mij binnen de termijn van 2 weken te antwoorden. De brief en de daarin in referte genoemde documenten heb ik in afschrift verzonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ik heb zoals verwacht geen antwoord van de staatssecretaris ontvangen. Geen antwoord is echter ook een antwoord en daarmee bruikbaar wanneer deze kwestie opnieuw voor de (tucht)rechter komt. Ook, of vooral gelet op de groteske hoeveelheid documenten die de staatssecretaris moedwillig achterhoudt. Het niet antwoorden door de staatssecretaris is ook bepalend voor het oproepen van getuigen in de lopende juridische trajecten.

7 februari 2019

staatssecretaris Barbara Visser over zwijgcontracten


Tweede Kamer der Staten-Generaal

Op 16 en 30 september 2019 heb ik de Tweede Kamer per brief nadere informatie gestuurd over de klokkenluiderszaak van vliegbasis Eindhoven. De leden van de Vaste commissie Defensie zijn daarmee inhoudelijk uitgebreid geïnformeerd over onder meer de trajecten zoals omschreven op deze pagina.

Op 8 november 2019 hebben de leden Pieter Omzigt en Martijn van Helvert (beiden CDA) Kamervragen gesteld.
Defensie is gevraagd om deze Kamervragen binnen 2 weken te beantwoorden. De vragen zijn na 3 weken beantwoord.


Overige trajecten

Zodra het kan zal ik hier meer informatie delen.